Hoe verbeter je een installatie wanneer je maar beperkt de mogelijkheid hebt om aanpassingen in de praktijk te testen?
Voor de treindetectie in de Barendrecht Overkapping was dat precies de uitdaging. Na de overgang naar het centrale bediensysteem ontstond meer inzicht in het gedrag van de installatie. Daarbij werd zichtbaar dat de treindetectie in één van de buizen niet onder alle omstandigheden even voorspelbaar functioneerde. Met name bij verschillende typen goederenwagons traden afwijkingen op in het detectiebeeld.
Aanpassingen uitvoeren was technisch mogelijk. Maar iedere wijziging daadwerkelijk beproeven betekende wachten op een buitendienststelling. En pas nadat het treinverkeer weer was hervat, kon worden vastgesteld wat het effect van die wijziging was.
Daarom kozen ProRail en Maasstad Ingenieurs voor een andere aanpak: de werking van de installatie naar buiten halen en onder praktijkomstandigheden testen.
Maasstad Ingenieurs ontwikkelde een PLC-testopstelling waarin het basisprincipe van de bestaande treindetectie werd nagebootst. Hiervoor werd onder andere gebruikgemaakt van een Siemens S7-1500 PLC met bijbehorende I/O en dezelfde typen treindetectoren als in de tunnel.
De volgende vraag was waar de installatie het beste kon worden getest.
Die plek werd gevonden bij station Best. Hier passeren overdag zowel reizigers- als goederentreinen. Daardoor konden verschillende sensorinstellingen worden getest met daadwerkelijke treinpassages, zonder daarvoor telkens afhankelijk te zijn van een buitendienststelling in Barendrecht.
Om de metingen te kunnen controleren, werd daarnaast handmatig geregistreerd wanneer een trein daadwerkelijk passeerde. Zo konden de waarnemingen rechtstreeks worden vergeleken met de data uit de sensoren.
Bij testen draait het niet alleen om meten, maar ook om ervoor zorgen dat verschillende metingen onder vergelijkbare omstandigheden plaatsvinden.
Daarom ontwikkelde Maasstad Ingenieurs onder andere een 3D-geprinte uitlijnhulp waarmee een laser boven de sensorkop kon worden geplaatst. Hierdoor konden sensoren reproduceerbaar worden gericht en werd de invloed van handmatige positionering zoveel mogelijk beperkt.
Vervolgens werden verschillende configuraties getest. Daarbij werd onder andere gevarieerd met vertragingen in de sensoren, vertragingen in de PLC en het gebruik van zogenoemde blind zones.
De eerste testdag leverde al een belangrijke richting op: de meest stabiele resultaten ontstonden wanneer de sensoren zo eenvoudig mogelijk werden ingesteld en de verwerking van het signaal voornamelijk in de PLC plaatsvond.